CONSTRUCTIEBEREKENINGLaten maken
Landelijk actiefDuidelijke offerteBerekening én tekeningBespreek uw project ↗
Home/Constructiewoordenboek
Constructiewoordenboek

Constructie, in begrijpelijke taal.

Van anker tot zetting. Vind de betekenis achter de termen in uw berekening of tekening.

A

Anker

Een verbinding die een onderdeel aan een ander onderdeel of aan de ondergrond vastzet.

Ankers kunnen trek- en dwarskrachten overbrengen. Ondergrond, randafstanden, montage en belasting zijn onderdeel van de beoordeling.

Aslijn

Een denkbeeldige referentielijn waarmee onderdelen op een tekening worden gepositioneerd.

Aslijnen verbinden plattegronden, doorsneden en details. Controleer dat dezelfde assen in alle revisies worden gebruikt.

B

Balk

Een langgerekt constructieonderdeel dat lasten naar steunpunten brengt.

Materiaal, overspanning, belasting en ondersteuning bepalen hoe een balk zich gedraagt. De naam zegt niets over de benodigde afmetingen.

Balklaag

Een reeks balken die samen een vloer of dak dragen.

De richting en onderlinge afstand beïnvloeden de verdeling van lasten. Sparingen of zware wanden kunnen extra voorzieningen vragen.

Belasting

Een kracht of invloed die op een constructie werkt.

Naast eigen gewicht en gebruik tellen bijvoorbeeld wind en sneeuw mee. De constructeur bepaalt relevante combinaties voor het project.

Belastingafdracht

De route waarlangs krachten door een gebouw naar de ondergrond gaan.

Een aanpassing bovenin kan gevolgen hebben voor onderdelen op lagere verdiepingen. Daarom wordt het samenhangende draagpad onderzocht.

Belastingcombinatie

Een afgesproken combinatie van belastingen waarmee wordt gecontroleerd.

Niet iedere belasting treedt steeds maximaal tegelijk op. Combinaties en factoren volgen uit de toepasselijke rekenuitgangspunten.

Beton

Een verhard mengsel dat in constructies vooral druk kan opnemen.

Wapening of voorspanning kan helpen om trekkrachten te dragen. Sterkteklasse, detaillering en uitvoering zijn relevant voor de prestatie.

Betondekking

De afstand tussen de buitenzijde van het beton en de wapening.

Dekking hangt samen met duurzaamheid, hechting en brandwerendheid. Een waarde mag niet los van de projectspecifieke eisen worden gekozen.

Betonstaal

Staal dat als wapening in beton wordt toegepast.

De staven werken samen met het beton. Positie, verankering, overlappen en buigvormen volgen uit het constructieve ontwerp.

Bouwtekening

Een tekening van de vorm, indeling en afmetingen van een bouwwerk.

Een architectonische bouwtekening geeft niet vanzelf aan hoe alle krachten worden gedragen. Daarvoor zijn constructieve stukken nodig.

Bruikbaarheidsgrenstoestand

Een beoordeling of een constructie goed bruikbaar blijft.

Denk aan doorbuiging, scheurwijdte of trillingen. Een onderdeel kan sterk genoeg zijn en toch niet aan bruikbaarheidseisen voldoen.

C

Constructeur

Een specialist die draagconstructies ontwerpt en beoordeelt.

De constructeur vertaalt gebruik, geometrie en materiaal naar een onderbouwd draagprincipe. Opdrachtgrenzen en beschikbare informatie moeten duidelijk zijn.

Constructieberekening

Een onderbouwing van de constructieve prestaties van afgesproken onderdelen.

Het rapport bevat uitgangspunten, belastingen, modellen en controles. Het geldt uitsluitend voor de beschreven situatie en revisie.

Constructietekening

Een tekening die de berekende draagconstructie vastlegt.

Ligging, aansluitingen en relevante details worden op de berekening afgestemd. Een principetekening op een website is geen definitieve projecttekening.

D

Dakbelasting

De belasting die een dak moet kunnen afdragen.

Dakopbouw, sneeuw, wind, installaties en eventueel terrasgebruik spelen een rol. Extra gewicht toevoegen vraagt inzicht in de bestaande constructie.

Dakschijf

Een dakvlak dat horizontale krachten naar stabiliserende onderdelen kan verdelen.

Dit vraagt samenhang tussen beplating, verbindingen en ondersteunende elementen. Niet ieder dak werkt automatisch als constructieve schijf.

Deelconstructeur

Een adviseur die een afgebakend onderdeel van het constructieve ontwerp uitwerkt.

Bijvoorbeeld een leverancier die prefab onderdelen berekent. Afstemming met de hoofdconstructie blijft nodig om aansluitingen en belastingen te laten kloppen.

Dilatatie

Een onderbreking die beweging tussen bouwdelen mogelijk maakt.

Temperatuur, krimp en zettingsverschillen kunnen aanleiding zijn voor een voeg. De plaats en uitvoering horen bij een doordacht ontwerp.

Doorbuiging

De vervorming van een balk, vloer of ander onderdeel onder belasting.

Naast sterkte wordt gecontroleerd of vervorming aanvaardbaar is voor gebruik en afwerking. De getekende vorm is vaak sterk vergroot voor uitleg.

Doorsnede

Een tekening alsof een gebouw of onderdeel is doorgesneden.

Een doorsnede laat hoogtes, vloeropbouw en aansluitingen zien die in een plattegrond verborgen blijven. Verwijzingen verbinden de doorsnede met de andere bladen.

Draagkracht

Het vermogen om een bepaalde belasting te kunnen opnemen.

Draagkracht is afhankelijk van de hele situatie, inclusief ondersteuning en materiaalconditie. Een globale productwaarde is niet automatisch toepasbaar op een gebouw.

Draagmuur

Een wand die onderdeel is van de dragende constructie.

De wand kan verticale lasten dragen en soms stabiliteit leveren. Dikte of een kloptest alleen bewijst niet of verwijderen mogelijk is.

Druk

Een kracht die materiaal of een onderdeel samendrukt.

Kolommen dragen vaak druk. Naast materiaalsterkte kan uitbuigen of knikken bepalend zijn, afhankelijk van lengte en ondersteuning.

Dwarskracht

Een inwendige kracht dwars op de lengterichting van een element.

Dwarskracht treedt bijvoorbeeld op in een belaste ligger. Doorsnede, materiaal en aansluitdetails bepalen welke controle nodig is.

E

Eigen gewicht

Het gewicht van de constructie en blijvend aanwezige onderdelen zelf.

Ook afwerkvloeren, gevels en vaste daklagen kunnen blijvende belasting vormen. Een lichtere constructie kan verderop in het draagpad verschil maken.

Eurocode

Een Europese reeks normen voor het constructief ontwerpen van bouwwerken.

Welke delen, nationale bijlagen en versies van toepassing zijn, wordt per opdracht bepaald. De naam is geen keurmerk voor een los rapport.

F

Fundering

Het deel dat belastingen van een bouwwerk overdraagt aan de ondergrond.

De ondergrond en de constructie worden samen beschouwd. Zettingen en invloed op naastgelegen bebouwing kunnen mede bepalend zijn.

Funderingsbalk

Een balk in de fundering die lasten verdeelt of naar steunpunten brengt.

Zo’n balk kan bijvoorbeeld tussen palen overspannen. Grondcontact mag niet zonder onderbouwing als extra ondersteuning worden aangenomen.

Funderingspaal

Een element dat lasten naar diepere lagen van de ondergrond overdraagt.

De werking hangt af van paaltype, grondopbouw en uitvoeringsmethode. De lengte volgt uit onderzoek en ontwerp, niet uit een standaard stadsprofiel.

G

Geotechniek

Het vakgebied dat het gedrag van grond in relatie tot bouwwerken onderzoekt.

Grondonderzoek helpt bij het ontwerp van funderingen en grondkerende constructies. Een sondering beschrijft bodemweerstand op de onderzochte locatie.

Gording

Een dragend onderdeel dat het dak ondersteunt, vaak in de lengterichting van de kap.

Bij een nieuwe dakkapel kan een gording worden onderbroken. De resterende constructie en nieuwe belastingroute moeten dan worden bekeken.

Grenstoestand

Een grens waarboven een constructie niet meer aan een bepaalde eis voldoet.

Er wordt onder meer onderscheid gemaakt tussen veiligheid en bruikbaarheid. Beide soorten controles kunnen het ontwerp beïnvloeden.

H

HEA-profiel

Een type warmgewalst stalen H-profiel.

De reeks kent verschillende afmetingen en eigenschappen. Een tekening van het profiel is geen keuzeadvies voor een bepaalde opening.

HEB-profiel

Een type stalen H-profiel met andere verhoudingen dan een HEA-profiel.

Een profielnaam is slechts een onderdeel van het ontwerp. Stabiliteit, verbindingen, opleggingen en staalsoort moeten eveneens worden bepaald.

Houtskeletbouw

Een bouwwijze met een draagstructuur van houten stijlen en regels.

Beplating en verbindingen kunnen belangrijk zijn voor stabiliteit. Een lichte opbouw vermindert soms het gewicht, maar vraagt nog steeds een compleet ontwerp.

I

IPE-profiel

Een reeks stalen I-profielen met relatief smalle flenzen.

Toepassing hangt af van de berekende belasting en de manier van ondersteunen. Vervorming en zijdelingse stabiliteit kunnen mede bepalend zijn.

K

Kantelen

Een vorm van verlies aan evenwicht waarbij een constructie om een rand dreigt te draaien.

Wind en excentrische belasting kunnen kantelmomenten veroorzaken. Verankering, gewicht en fundering maken deel uit van de beoordeling.

Kip

Een instabiliteitsverschijnsel waarbij een ligger zijwaarts uitbuigt en draait.

Of kip relevant is, hangt onder meer af van het profiel, de belasting en de zijdelingse ondersteuning. Alleen een buigsterktecontrole kan onvoldoende zijn.

Knik

Het uitbuigen van een op druk belast onderdeel.

Lengte, stijfheid en ondersteuning beïnvloeden de gevoeligheid. Een slanke kolom kan daardoor bezwijken voordat de materiaalsterkte wordt bereikt.

Kolom

Een meestal verticaal onderdeel dat lasten naar beneden afvoert.

Een nieuwe kolom veroorzaakt plaatselijk een geconcentreerde belasting. De constructie en fundering eronder moeten daarvoor geschikt zijn.

Kruip

Een tijdsafhankelijke toename van vervorming onder aanhoudende belasting.

Bij bijvoorbeeld beton en hout kan de vervorming na verloop van tijd toenemen. Dat kan invloed hebben op doorbuiging en afwerking.

L

Latei

Een dragend element boven een opening in een wand.

Een latei draagt de relevante lasten over naar de zijkanten. Type, ondersteuning en verbinding met het overige gebouw volgen uit het ontwerp.

Ligger

Een doorgaans horizontaal onderdeel dat belasting naar steunpunten voert.

Ligging, overspanning en opleggingen bepalen het rekenmodel. Een ligger kan uit staal, hout, beton of een combinatie bestaan.

M

Metselwerk

Een constructie van stenen of blokken met voegen.

Draagvermogen hangt onder meer af van materiaal, verband, geometrie en conditie. Vooral bij nieuwe puntlasten is lokale beoordeling nodig.

Moment

Een maat voor de draaiende werking van een kracht.

In een ligger veroorzaakt een buigend moment trek en druk in de doorsnede. De positie van de belasting en steunpunten beïnvloedt het verloop.

O

Omgevingsplan

De gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving op een locatie.

Voor een bouwplan is naast technische veiligheid ook de ruimtelijke toelaatbaarheid relevant. Controleer de actuele locatiegebonden regels in het Omgevingsloket.

Oplegging

De plaats waar een onderdeel wordt ondersteund en krachten overdraagt.

Niet alleen het raakvlak maar ook het achterliggende materiaal en de fundering kunnen belangrijk zijn. Opleglengte is projectspecifiek.

Overspanning

De afstand die een dragend onderdeel tussen steunpunten overbrugt.

Een grotere overspanning kan de vereiste stijfheid en sterkte sterk beïnvloeden. De vrije opening is niet altijd dezelfde maat als de rekenoverspanning.

P

Paalfundering

Een fundering die met palen lasten overdraagt aan de ondergrond.

Paaltype en paalposities worden afgestemd op het bouwwerk en grondonderzoek. Ook bestaande funderingen in de omgeving kunnen aandacht vragen.

Penanten

De overblijvende stukken wand naast een opening.

Ze kunnen lasten uit een ligger ontvangen of bijdragen aan stabiliteit. Smalle penanten vragen aandacht voor druk, aansluiting en fundering.

Permanente belasting

Een belasting die gedurende de gebruiksduur vrijwel steeds aanwezig is.

Eigen gewicht en vaste afwerking vallen hier vaak onder. Tijdelijke opslag of wisselend gebruik behoort niet automatisch tot deze categorie.

Poer

Een plaatselijke fundering of verdikking onder een steunpunt.

Een poer verspreidt bijvoorbeeld de last van een kolom. Afmetingen, wapening en ondergrond volgen uit het constructieve en geotechnische ontwerp.

Portaal

Een raamwerk van liggers en kolommen die samen krachten opnemen.

De stijfheid van verbindingen bepaalt mede hoe het portaal werkt. Een los balk-kolomschema is dus niet automatisch een stabiel portaal.

Puntlast

Een belasting die in het rekenmodel op één positie aangrijpt.

In werkelijkheid heeft de last meestal een contactvlak. Lokale effecten bij de aansluiting moeten waar nodig afzonderlijk worden gecontroleerd.

R

Ravelbalk

Een balk die lasten rond een opening in een balklaag opvangt.

Bij een trapgat neemt de raveling lasten van onderbroken balken over. De verbindingen en doorgaande balken krijgen daardoor een andere belasting.

Revisie

Een herkenbare versie van een tekening of rapport.

Datum en revisiecode voorkomen dat verschillende partijen met verouderde stukken werken. Een wijziging moet in samenhang worden beoordeeld.

S

Schijfwerking

Het opnemen en verdelen van krachten in het vlak van een vloer of dak.

Voor schijfwerking zijn geschikte elementen en verbindingen nodig. Een grote sparing kan de werking beïnvloeden.

Schoren

Diagonale onderdelen die een constructie helpen stabiliseren.

Ze nemen afhankelijk van het systeem trek of druk op. Aansluitingen en verankering horen bij het draagprincipe.

Sondering

Een onderzoek waarbij weerstand van de ondergrond op diepte wordt gemeten.

Een sondering levert informatie voor geotechnische beoordeling. Interpretatie vraagt deskundigheid en samenhang met de locatie en het bouwplan.

Spant

Een raamwerk dat bijvoorbeeld een dak overspant.

Spanten kunnen uit hout, staal of andere materialen bestaan. Verbindingen, ondersteuning en stabiliteit bepalen de werking.

Sparing

Een opening in een vloer, wand of dak.

Een sparing kan dragende elementen of wapening onderbreken. Positie, vorm en grootte moeten op de bestaande constructie worden afgestemd.

Sporenkap

Een kap met relatief dicht naast elkaar geplaatste dragende dakelementen.

Bij een opening worden lasten soms naar naastgelegen sporen geleid. De gekozen oplossing hangt af van de bestaande kap en verbindingen.

Staalconstructie

Een draagstructuur met stalen onderdelen.

Profielen, verbindingen, opleggingen en stabiliteitsvoorzieningen werken samen. Productietekeningen moeten met het definitieve ontwerp overeenkomen.

Stabiliteit

Het vermogen van een constructie om haar positie en vorm voldoende te behouden.

Naast verticale lasten moet een gebouw horizontale invloeden kunnen opnemen. Wanden, schijven, schoren of portalen kunnen daarvoor zorgen.

Stempelen

Het tijdelijk ondersteunen van een constructie tijdens werkzaamheden.

De tijdelijke situatie kan anders en ongunstiger zijn dan de eindsituatie. Een afgestemd ondersteuningsplan en werkvolgorde zijn daarom belangrijk.

Stijfheid

De weerstand tegen vervormen onder belasting.

Een stijver element vervormt onder dezelfde omstandigheden minder. Stijfheid is iets anders dan de grens waarbij een onderdeel bezwijkt.

T

Torsie

Een wringende belasting van een onderdeel.

Torsie kan ontstaan wanneer lasten buiten de hoofdas aangrijpen. De gevolgen hangen af van profielvorm, ondersteuning en verbindingen.

Trek

Een kracht die een onderdeel uit elkaar probeert te trekken.

Verbindingen en verankeringen kunnen belangrijke trekkrachten opnemen. Het materiaal en de detaillering bepalen de weerstand.

Trilling

Een heen-en-weergaande beweging van een constructie.

Lopen of machines kunnen een vloer in beweging brengen. Comfort en bruikbaarheid kunnen een aparte beoordeling nodig maken.

U

Uiterste grenstoestand

Een controle op constructieve veiligheid tegen bezwijken of instabiliteit.

De beoordeling gebruikt passende belastingcombinaties en materiaaleigenschappen. Daarnaast blijven bruikbaarheidscontroles nodig.

Uitkraging

Een deel dat buiten het laatste steunpunt doorloopt.

Een balkon of luifel kan uitkragen. De aansluiting en de achterliggende constructie moeten het bijbehorende moment kunnen opnemen.

V

Variabele belasting

Een belasting die in grootte of aanwezigheid kan veranderen.

Gebruiksbelasting, wind en sneeuw zijn voorbeelden. Het toekomstige gebruik hoort daarom bij de uitgangspunten van een berekening.

Verankering

De wijze waarop een onderdeel tegen verschuiven of lostrekken wordt vastgezet.

De capaciteit van de ondergrond en de uitvoering zijn belangrijk. Een bevestiging in gevelbekleding is niet vanzelf een constructieve verankering.

Verbinding

Het detail waarmee onderdelen krachten aan elkaar overdragen.

Bouten, lassen, schroeven of ingestorte onderdelen kunnen verbindingen vormen. De veronderstelde werking moet passen bij de werkelijke uitvoering.

Vloerbelasting

De totale relevante belasting op een vloer.

Eigen gewicht, afwerking, gebruik en plaatselijke lasten worden onderscheiden. Een andere bestemming kan tot nieuwe uitgangspunten leiden.

Voorspanning

Een vooraf aangebrachte spanning die het gedrag van een element beïnvloedt.

In voorgespannen beton kunnen kabels of strengen essentieel zijn. Boren of zagen zonder inzicht in hun ligging kan grote gevolgen hebben.

W

Wapening

Materiaal dat beton versterkt, vaak stalen staven of netten.

De positie en verankering zijn belangrijk voor de samenwerking met beton. Wapeningsdetails horen bij definitieve projectstukken.

Windbelasting

Krachten door winddruk en windzuiging op een bouwwerk.

Gebouwvorm, hoogte, omgeving en dakzones beïnvloeden de belasting. Bij lichte daken kan juist opwaartse belasting maatgevend zijn.

Z

Zetting

Een verplaatsing van een fundering door vervorming van de ondergrond.

Verschil in zetting tussen bouwdelen kan schade veroorzaken. Nieuw en bestaand moeten daarom in samenhang worden bekeken.

Vraag een offerte aan